Lambertuskerk Rotterdam - Kralingen

Johannes de Doper en het heilig Sacrament

In de maand juni vallen altijd een aantal kerkelijke feesten. Er zijn de feesten in het kader van het liturgisch jaar zoals Sacramentsdag (tweede zondag na Pinksteren) en het Heilig Hartfeest (de vrijdag daarna). Daarnaast zijn er de feesten van de heiligenkalender, zoals Sint Jan de Doper (24 juni) en de apostelen Petrus en Paulus (29 juni).

Dit jaar ‘begint’ de maand juni met op de eerste zondag Sacramentsdag en heeft op de laatste zondag het feest van Johannes de Doper. In de liturgie valt een verband tussen beide te ontdekken. Bij de uitnodiging tot de communie wordt gezegd: “zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld”. Dit zijn woorden, die komen uit de mond van Johannes de Doper in het begin van het Johannesevangelie. Als de Doper Jezus ziet, duidt hij Hem tot twee keer toe aan als het “Lam Gods” (Joh 1,29.36). Aan het einde van het Johannesevangelie zijn er verwijzingen naar het paaslam in de wijze waarop de evangelist bericht over Jezus’ kruisdood. Jezus wordt gekruisigd op de dag en het tijdstip, dat de paaslammeren worden geslacht. Deze paaslammeren moeten volgens voorschrift intact zijn, zonder gebreken. In het boek Exodus wordt bepaald: “…geen been van het lam mag u verbrijzelen” (Ex 12,46). Van het paaslam Jezus wordt dan ook geen van zijn beenderen gebroken. Als de Romeinse soldaten komen controleren of de gekruisigden werkelijk gestorven zijn, worden de beenderen van de beide anderen die met Jezus zijn gekruisigd wel gebroken, maar die van Jezus niet (Joh 19,33). De evangelist becommentarieert dit gebeuren door met zoveel woorden te verwijzen naar het paaslam: “Dit is gebeurd opdat de Schrift vervuld zou worden: ‘Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld’” (Joh 19,36).

De uitnodiging tot de communie gaat vergezeld van een zaligspreking: “Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren”. Deze Nederlandse vertaling luidt minder specifiek dan de latijnse mistekst. De nieuwere liturgische vertalingen vertalen de latijnse tekst letterlijk: “Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd van het Lam”. Deze tekst is eveneens ontleend aan de Schrift en wel aan het laatste Bijbelboek, de Apokalyps. In dit boek, vol symboliek, wordt Jezus verbeeld door het Lam. Vanwege de aanduiding van Jezus als ‘Lam’, past deze zaligspreking bij de uitnodiging tot de communie. De tekst in de Apokalyps is echter specifieker dan de liturgische tekst: “Zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam” (Apok 19,9). De maaltijd van het Lam is een bruiloftsmaal. In de Apokalyps is Jezus Christus het Lam, dat is geslacht, maar overwint. In de overwinning van het Lam zullen al de zijnen delen. Maaltijd komt in de Schrift voor als beeld van verbondenheid, en ook de verbondenheid van God met zijn mensen. Zo lezen we bij de profeet Jesaja: “Op die dag zal de Heer van de hemelse machten op deze berg een gastmaal aanrichten voor alle volkeren” (Jes 25,6a).

Een huwelijksmaal is een maaltijd waarmee een verbond van liefde en trouw gevierd wordt. In de Bijbel vinden we het beeld van de Heer die de echtgenoot is van zijn volk en het volk dat de echtgenote is van de Heer; en ook van Christus die de bruidegom is en de kerk zijn bruid. De Heer zegt bij monde van de profeet Hosea: “Ik neem u als mijn bruid, voor altijd … als mijn bruid, in onverbrekelijke trouw” (Hos 2,21-22).

Het bruiloftsmaal van het Lam wijst op de toekomst, waarin wij met God samen zullen zijn, `De eucharistie is een voorproef van het maal dat de Heer voor ons zal aanrichten. Zo is de eucharistie verleden, heden en toekomst. Verleden omdat de eucharistie de gedachtenisviering is van Jezus’ lijden en sterven; heden omdat de Verrezene in ons midden is; toekomst omdat de maaltijd van de eucharistie de voorbode is van het bruiloftsmaal dat gaat komen. In het evangelie wijst Johannes de Doper zijn leerlingen op Jezus’ aanwezigheid; in de liturgie ‘lenen’ wij zijn woorden om te belijden en te verkondigen: de Heer is aanwezig, in ons midden.

R.G.M. Gouw, pastoor