Lambertuskerk Rotterdam - Kralingen

Onderwezen worden door de waarheid*

 

Hoofdstuk 3 uit "De navolging van Christus in jonge taal" Thomas á Kempis

 

 

*Het woord "waarheid" verwijst bij Thomas vaak naar God, en met "het woord" bedoelt hij - in navolging van de evangelist Johannes -vaak Christus.

 

Je hebt geluk als je onderwezen wordt door de waarheid, door de waarheid zoals zij is, niet vertroebeld door allerlei mooie plaatjes en praatjes.
Onze mening en onze waarneming zetten ons vaak op een verkeerd spoor, waardoor we maar weinig echt begrijpen.

Wat hebben wij aan verhalen over allerlei verborgen en duistere zaken waarover we ons, wat God betreft, niet druk hoeven te maken. Het is dom onze aandacht te richten op zaken die onze nieuwsgierigheid prikkelen, maar ons uiteindelijk niet ten goede komen. We kunnen onze energie beter besteden aan datgene wat noodzakelijk is en waar we iets aan hebben. Ze hebben ogen, maar kunnen niet zien (Psalmen 115,5). Wat schieten we trouwens op met al die kennis over soorten en geslachten?

 

Als je het eeuwig woord* tot je laat spreken, word je verlost van vele meningen. Uit dat ene woord komt alles voort (Johannes 1:1), en alles spreekt over dat ene woord, en zo komt het ook tot ons al vanaf het begin, als een levensbron. Zonder dat woord begrijpt niemand het en komt niemand tot een goed standpunt.

Als je weet en begrijpt dat alles uit één bron voortkomt en daarop terug te voeren is, kun je rust vinden in je binnenste en in een goede relatie met God leven.

O God, U bent de waarheid, maak mij één met U in een liefde die nooit verloren gaat (Jeremia 31:3). Ik ben al dat lezen en luisteren zat. Alles waarnaar ik verlang, vind ik in U.

Laat alle leraren stil zijn, laat alles wat leeft, door U gemaakt, stil zijn in uw nabijheid. Spreek tot mij, U alleen.

 

Hoe meer je jezelf kunt zijn en leeft vanuit innerlijke rust en eenvoud, des te beter zul je de dingen doorzien, want van God ontvang je inzicht. Een eerlijk en eenvoudig mens die rustig blijft en zich niet gek laat maken, raakt niet gestrest wanneer er nog veel te doen is, omdat hij alles voor God doet en niet voor zichzelf, voor zijn eigen ego. Wat staat je meer in de weg dan je egoïstische verlangens?

Een goed en innerlijk rustig mens zorgt ervoor vanbinnen alles op orde te hebben, voordat hij iets gaat ondernemen. Wat hij doet, is gericht op Gods bedoeling met hem en leidt hem niet af naar egoïstische verlangens. Wie voert een zwaardere strijd dan hij die zichzelf probeert te overwinnen? Hier zouden we ons op moeten richten: onszelf overwinnen en iedere dag onszelf meer onder controle krijgen om zo het goede in ons te ontwikkelen en het kwade te laten afsterven.

 

In dit leven bestaat heelheid naast gebrokenheid, en is onze visie altijd enigszins vertroebeld. Bescheiden zelfkennis brengt je dichter bij God dan diepgaand gewetensonderzoek. Niet dat we  de wetenschap of de kennis van allerlei onderwerpen verdacht willen maken, want op zichzelf is daar niets mis mee en is deze ook door God ingesteld, maar je kunt je beter eerst richten op een zuiver geweten en een goed leven.

Toch richten veel mensen zich liever op het vergaren van kennis dan op het leiden van een zuiver leven. En daardoor slaan ze vaak verkeerde wegen in, en is het resultaat van wat ze doen, niet erg opbouwend, niet voor henzelf, maar ook niet voor de samenleving.

 

Als ze nu eens net zoveel energie zouden steken in het afleren van hun fouten en het aanleren van goede dingen in plaats van hun tijd te besteden aan het creëren van allerlei problemen, dan zou er onder de christenen niet zoveel onrust en ruzie bestaan, en in de kerken en kloosters niet zoveel gemakzucht.

 

Het is toch uiteindelijk zo: wanneer we voor God staan, zal ons niet gevraagd worden hoe we les hebben gegeven, maar wel wat we gedaan hebben, niet hoe mooi we gesproken hebben in onze lessen, maar wel hoe we met God geleefd hebben.

Vertel mij eens waar ze nu zijn, al die belangrijke heren en professoren die je zo goed kende toen ze nog in leven waren en volop bezig waren met wetenschap. Waar zijn ze nu?

Hun plaatsen zijn allang in handen van anderen, en ik vraag me af of die nog wel eens aan hen terugdenken. Tijdens hun leven leken ze eventjes belangrijk te zijn, maar nu heeft niemand het meer over hen.

 

De aandacht van de wereld gaat wel heel snel voorbij. Was hun leven maar wat meer in overeenstemming geweest met hun kennis. Dan hadden ze tenminste wat gehad aan al die levenswijsheid, en hadden ze haar ook in hun lessen kunnen doorgeven.
Hoeveel mensen in deze wereld gaan niet ten onder aan nutteloze kennis, omdat ze zich niet bezighouden me het dienen van God. Ze staan liever in het middelpunt om aandacht te krijgen dan dat ze bescheiden op de achtergrond blijven. Daardoor worden hun overpeinzingen zinloos (Romeinen 1:21).

Echt groot ben je wanneer je veel liefde laat zien.

Echt groot ben je wanneer je jezelf klein vindt, en alle aandacht en complimenten voor jou niet van belang, vanuit de wetenschap dat Gods liefde alles overstijgt, en Hij de eer verdient.

Je bent pas echt geleerd wanneer je alles wat de wereld belangrijk vindt, als afval beschouwt, om daarachter Christus te vinden en dichter bij Hem te komen (Filippenzen 3:8).

Je bent een goed en wijs mens als je doet wat God wil, en je eigen wil daaraan ondergeschikt maakt.

Met toestemming van uitgeverij Adveniat overgenomen uit:

Thomas a Kempis "De navolging van Christus in jonge taal"

hertaald door Mink de Vries

uitgegeven bij KBS ISBN 978 90 6173 130 6

Klik op onderstaande afbeelding voor de link naar www.adveniat.nl waar u het boek kunt bestellen.